Rupsje Nooitgenoeg op de golfbaan

Golf is een van de bijzonderste sporten die er bestaan, heb ik weleens het idee.
Als je er van een afstandje naar kijkt en het nog nooit hebt gedaan, denk je: hoe moeilijk kan het nou zijn? Je geeft die bal een enorme rotklap en dan vliegt hij vreselijk ver in de richting die we voor ogen hebben.

De eerste paar slagen op de driving range halen ons al heel snel van die roze wolk af en laten ons weer met beide benen in de Hoeksche Waardse klei belanden. Er met een noodgang overheen slaan, de mat raken in plaats van de bal of zelfs een club die achter de bal aan vliegt, het zijn allemaal zaken die ik weleens heb zien gebeuren.

Na wat goede tips en een paar lessen komen er gelukkig ook mooie ballen. En daarmee ontstaat de sensatie die ons allemaal zo verslaafd maakt: één bal die ver en hoog gaat, zonder dat je het gevoel hebt dat je er heel veel voor hebt gedaan.

Het is precies dat moment waarop er iets verandert in ons brein. We willen meer. Meer van dit soort euforische momenten. We bergen onze spullen op in de locker of in de auto en zijn in gedachten alweer bezig met de volgende ronde. Maar ook als het vreselijk gaat, is er precies hetzelfde fenomeen.

Dit houdt me al een jaar of wat bezig. En niet alleen met golf. Mensen kopen een auto en na verloop van tijd moet er een duurdere of grotere voor in de plaats komen. Een huis, een vrouw, een vakantie… Je kunt het zo gek niet opnoemen, in bijna alle gevallen moet het mooier, duurder en groter.

Bij golf werkt het echter weer net even anders. We willen meer en beter. Als we een keer een goede ronde hebben gehad, willen we nóg beter. En als het slecht gaat, willen we dat ook. Het is nooit genoeg. Misschien is het een idee om wetenschappelijk onderzoek te doen naar die merkwaardige onverzadigbaarheid van de golfer.

Er zijn genoeg promotie-onderzoeken geweest die over gekkere dingen gingen. Er is zelfs iemand die een Ig Nobelprijs kreeg voor onderzoek naar het gebruik van ‘huh’ in verschillende talen. Dus kom maar op, denk ik dan. Met een beetje ‘geluk’ loopt er straks een kersverse Nobelprijswinnaar over de baan.

Nee, alle gekheid op een golfstok, die kant ga ik niet op. Toch heb ik wel een theorie. Misschien lijden wij golfers aan het Rupsje Nooitgenoegsyndroom, doordat we als kind het verhaaltje zijn voorgelezen over het vreetgrage rupsje.

Het zou een goed idee zijn om een paar ‘grote’ wereldleiders uit te nodigen voor een rondje golf. Dan vechten ze eens een keer tegen zichzelf en misschien stilt dat hun ‘honger’ naar meer macht. Ze hebben zonder twijfel allemaal het Rupsje Nooitgenoegsyndroom. Dus als ik dat kan ombuigen naar een lichte golfverslaving, gaat de wereld er misschien een stuk beter uitzien.

Er is er eentje bij die niet alleen op het wereldtoneel vals speelt, maar zelfs tijdens het golfen. Maar daar kunnen wij hem als nuchtere Hollanders toch wel vanaf helpen?

Tot de volgende!

Jan van der Hee

Volgende
Volgende

De Mysterieuze Voetstappen